Trompetten
De trompet is een blaasinstrument waarbij het geluid ontstaat doordat de lippen die tegen het mondstuk geplaatst worden, met de adem in trilling worden gebracht. De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere doordringende toon. De afstand van het mondstuk tot aan de beker is ca. 50 cm. De lengte van de buis varieert echter per stemming. De buis is voorzien van een drietal ventielen, of in het geval van de schuiftrompet van een schuif, die de buislengte in een aantal combinaties verlengen. Hij eindigt in een trechtervormige beker, net zoals bij de meeste koperen blaasinstrumenten. De trompet heeft van oudsher een cilindrische buis die een scherpe klank ontwikkelt, en wordt daarom tot het scherpe koper gerekend. Door de eeuwen heen zijn de mondpijp (het eerste gedeelte na het mondstuk) en de beker echter steeds meer conisch geworden om het instrument makkelijker bespeelbaar te maken. Adolphe Sax heeft een hele reeks instrumenten gebouwd, de saxhoorns, die de ontwikkeling van de moderne trompet sterk hebben beïnvloed.
De trompet wordt in verschillende muziekgenres gebruikt. In de klassieke muziek komt hij bijvoorbeeld in symfonie- en kamerorkesten voor, maar ook in kleinere ensembles zoals het koperkwintet, en als solo-instrument. Daarnaast wordt de trompet ook in de lichte muziek gebruikt, in de jazz, zowel in big bands als in kleinere formaties, en in de popmuziek. Bekende voorbeelden uit de jazz zijn Miles Davis, Chet Baker en Louis Armstrong. De trompet wordt ook veel in de harmonie- en fanfareorkesten gebruikt. Verder is de trompet ook een belangrijk instrument in het leger geweest.
De meest gangbare trompet in de jazz, pop en de harmonie- en fanfareorkesten, maar ook bij dweilorkesten, is de Bes-trompet. In symfonieorkesten wordt - zeker in Nederland, maar ook in andere landen - veelal de C-trompet gebruikt. Daarnaast bestaan ook trompetten in D, Es, F, G, hoog-A en hoog-Bes. Tot ongeveer het begin van de 20e eeuw bestonden er ook trompetten in A, en laag-F, maar die zijn nu nog maar te bewonderen in musea. De hedendaagse bes-trompet heeft een bereik van de lage Fis tot de hoge C een octaaf verhoogd, dus ongeveer tweeëneenhalf octaaf. Als men de blaastechniek goed beheerst kan de hoogte nog uitgebreid worden, dit is in fanfare orkesten echter niet nodig. Er zijn ook trompettisten die nog hoger spelen, zogenaamde ‘high blowers', maar om dat te kunnen moet je een goede blaastechniek hebben.
Cornetten
De cornet is een aan de bugel verwant koperen blaasinstrument. De cornet heet in het Frans: cornet à pistons; Duits: Cornett; Italiaans: cornetta maar in het Engels cornet.
In vergelijking met de bugel is de cornet wat lastiger bespeelbaar. De toon van de cornet is hierdoor minder mild dan die van de bugel, maar duidelijk milder dan die van de trompet.
De cornet lijkt veel op de trompet maar het instrument heeft toch een andere geschiedenis: het stamt af van de posthoorn (de naam betekent dan ook letterlijk "hoorntje"). Het verschil is voornamelijk dat de buis van de cornet een andere vorm heeft dan die van de trompet. De cornet compacter gebouwd, met wijdere bochten dan de trompet. De cornet staat overwegend in Bes gestemd, maar in ouder repertoire komt ook de cornet in A voor (Stravinsky en Tsjaikovski). Verder komen er in brassbands en fanfares nog de Es-cornet (ook wel sopraan- of sopranocornet genoemd) voor.
Op dit instrument konden solisten als Jean-Baptiste Arban technisch zeer moeilijke stukken uitvoeren en het werd zo een echt showinstrument.
Met de eeuwwisseling kwam de jazz als muziekstroming op en de cornet kreeg daar meteen een belangrijke plaats. In de twintigste eeuw moest de cornet echter geleidelijk wijken voor de trompet.
Een belangrijke rol is voor de cornet weggelegd in de (Engelse stijl) brassband; deze orkestvorm, o.a. gekenmerkt door een strikte bezetting, telt 10 cornetten (waarvan 9 in Bes en 1 in Es) op een totale bezetting van 25 koperblazers.
De cornet wordt ook gebruikt in rock- en popmuziek wegens zijn volle geluid. Ook wordt de cornet bespeeld in dweilorkesten.